Een andere kijk op architectuur
 

Bouwbesluit 2012 - Afmeting opening(en)

In het bouwbesluit 2012 wordt uitgegaan van een bol met een bepaalde diameter die niet door een opening mag. Dit is afhankelijke van de hoogte van het hekwerk en de gebruikersfunctie. Let op: elke gemeente kan zijn eigen bepalingen op dit punt stellen. Hier beschrijven we alleen wat het bouwbesluit 2012 aangeeft.

Gebruiksfunctie Nieuwbouw
beneden 0,7 m

boven 0,7 m
Bestaande
bouw
Woonfunctie 0,1 m 0,2 m 0,2 m

Bijeenkomstfunctie
- kinderopvang voor kinderen jonder dan 4 jaar
- andere kinderopvang
- andere bijeenkomstfunctie


0,1 m
0,1 m
0,5 m

0,1 m
0,2 m
0,5 m

0,1 m
-
-
Celfunctie 0,3 m 0,3 m -

Onderwijsfunctie
- basisonderwijs
- andere onderwijsfunctie


0,1 m
0,5 m

0,2 m
0,5 m

-
-
Alle hierboven niet genoemde gebruiksfuncties 0,5 m 0,5 m -

*Bron: Bouwbesluit 2012

Artikel 2.20 Overklauterbaarheid

Het doel van dit voorschrift is zoveel mogelijk te voorkomen dat kleine kinderen zelfstandig over een vloerafscheiding kunnen klimmen. Tussen de 0,2 m en 0,7 m boven de vloer mag een afscheiding geen opstap mogen in hebben. Er mag dus in de vloerafscheiding bijvoorbeeld geen horizontaal vlak zijn waarop een kindervoetje past. Het voorschrift richt zich op het voorkomen van opstapmogelijkheden in constructieonderdelen en niet op meubilair of installatieonderdelen zoals een radiator of de buizen van een centrale verwarmingsinstallatie. 

--> Dit is dus bepalend voor de oping van strekmetaal of andere open materialen. Hoe open dit exact is wordt bepaald door de gemeente die het werk moet goedkeuren. De maximale opening ligt vaak tussen de 20 en 40 mm in het vierkant.

Het voorschrift dat er geen opstapmogelijkheden tussen 0,2 m en 0,7 m boven de vloer mogen zijn geldt voor elke afscheiding als bedoeld in artikel 2.17, voor de woonfunctie, kinderopvang en het basisonderwijs. [Stb. 2011, 676]Artikel 2.21 Verbouw

Ook eerste lid van artikel 2.20 (was het enige voorschrift) is bij Stb. 2013, 75, zo gewijzigd dat duidelijk is dat het voorschrift betrekking heeft op vloeren, tredevlakken en vloeren van hellingbanen.

Met de aanvulling van artikel 2.20, eerste lid, in Stb. 2014, 51 is verduidelijkt dat het voorschrift niet alleen betrekking heeft op constructieonderdelen van de vloerafscheiding zelf maar ook op andere constructieonderdelen die aan (tegen) of naast de vloerafscheiding zijn geplaatst. Verder is met deze aanvulling geregeld dat bij het voorkomen van de overklauterbaarheid voortaan ook rekening moet worden gehouden met installaties. Dit is in strijd met hetgeen tot dusverre altijd heeft gegolden en ook tot uiting is gebracht in Stb. 2011, 416, zoals vorenstaand aangegeven. 

 

/